Gezondheidsrisico's bij tatoeëren en piercen

- Navelpiercing
Bij het laten aanbrengen van een tatoeage of piercing is een aantal gezondheidsrisico’s in het spel. Doordat de huid doorboord wordt, er (metalen) voorwerpen worden aangebracht of verfstoffen worden ingebracht, bestaat een kans op virale en bacteriële infecties en allergische reacties. De meest ernstige risico’s zijn een infectie met hepatitis B, hepatitis C of met HIV door zogenoemd bloed-bloed contact. Als materialen onvoldoende worden gereinigd en gesteriliseerd zodat er nog bloedresten van een vorige klant op zitten, is gevaar voor infectie altijd aanwezig. Het kan ook dat de tatoeëerder of piercer zelf drager is van het hepatitis virus en via een wondje de klant besmet.
Over de frequentie van infecties, ontstekingen of allergische reacties is weinig bekend. Artsen zijn slechts verplicht een beperkt aantal infectieziekten te melden aan de GGD. Voor tatoeage- en piercingstudio’s bestaat geen enkele verplichting. Eenmaal heeft de GGD in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum kunnen achterhalen dat in 1998 een acute hepatitis B-infectie was veroorzaakt door het laten aanbrengen van een piercing bij een studio in Rotterdam (De Man et al, 1999).
Gebrek aan kennis van de anatomie kan er toe leiden dat de piercer handelingen uitvoert die medisch niet verantwoord zijn en die kunnen leiden tot onherstelbare weefselschade. Het aanprikken van zenuwen draagt het risico van functieverlies of gevoelloosheid in zich. Na het aanbrengen van een piercing kunnen complicaties ontstaan, zoals ontstekingen, abcessen, allergische reacties, vorming van littekenweefsel, uitgroeien en/of afstoten van het sieraard, beschadiging van tanden en tandvlees bij orale piercings.