Spring naar het artikel

Norovirus

Vertalen

Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.

De zeer besmettelijke norovirussen zijn verantwoordelijk voor wat in de volksmond ‘buikgriep’ heet, een ontsteking van het slijmvlies van het maagdarmkanaal. De klachten zijn braken en diarree.

Wat is het?

Norovirussen zijn zeer besmettelijk. Ze veroorzaken een ontsteking van het slijmvlies van het maag-darmkanaal, in de volksmond vaak ‘buikgriep’ genoemd. Per jaar krijgen ongeveer 4,5 miljoen Nederlanders buikgriep, die bij ongeveer een half miljoen van hen te wijten is aan het norovirus. Andere virussen die tot buikgriep kunnen leiden zijn, onder andere, het rota- en het adenovirus.

Wat merkt u er van?

Braken en diarree zijn de meest voorkomende klachten. Het braken is vaak heftig en kan plotseling optreden. Daarnaast kan men ook last hebben van misselijkheid, buikpijn, buikkrampen, koorts en hoofdpijn. De klachten ontstaan een tot drie dagen nadat iemand het virus binnen krijgt. Na maximaal vier dagen zijn de klachten meestal weer verdwenen. Bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kunnen de klachten langer aanhouden en zijn ze vaak ook heviger. Hierbij kan uitdroging voorkomen.

Hoe kunt u het oplopen?

Het zeer besmettelijke norovirus wordt overgedragen via ontlasting en braaksel, dat meestal via de handen in de mond terecht komt. Als iemand heeft gebraakt, is besmetting via de lucht ook mogelijk. Het virus wordt onder meer overgebracht door handen die na toiletbezoek of voor het eten niet goed zijn gewassen. Als iemand met het norovirus eten klaarmaakt zonder de hygiëne in acht te nemen, kan dit ook leiden tot overdracht van het virus.

Hoe kunt u het voorkomen?

Besmetting met het norovirus is te voorkomen door strenge hygiënemaatregelen. Als het mogelijk is moet de zieke persoon een eigen toilet gebruiken. Deze persoon mag geen eten bereiden. Ook is het advies het toilet vaker en grondiger schoon te maken en altijd de handen goed te wassen.

Hoe kunt u het behandelen?

Er is geen medicijn voor de behandeling van het norovirus. Bij de meeste mensen zijn de klachten na korte tijd verdwenen. Het is wel van belang dat de zieke voldoende vocht, suikers en zouten (ORS) binnen krijgt om uitdroging te voorkomen. Kleine hoeveelheden licht verteerbaar voedsel mogen worden gegeten. Alcohol en koolzuurhoudende dranken kunt u beter vermijden. Bij twijfel over herstel neemt u contact op met de huisarts.

Kan iemand met het norovirus naar het kinderdagverblijf, school of werk?

De GGD raadt mensen die betrokken zijn bij de voedselbereiding of zorg dragen voor patiënten of kinderen aan om niet te werken als zij last hebben van braken of diarree. Zodra deze klachten over zijn, mogen zij weer aan het werk. Let wel op de toilet- en handhygiëne, want het norovirus kan tot drie weken na de klachten nog in de ontlasting zitten.
Kinderen met het buikgriep norovirus voelen zich vaak te ziek om naar de opvang of school te gaan. Ook zij kunnen nadat de klachten van diarree en braken weer zijn verdwenen weer naar opvang of school. Natuurlijk is ook de toilet- en handhygiëne in de eerste drie weken daarna extra belangrijk op school of de kinderopvang. Ouders moeten daarom aan de leidsters of docenten vertellen dat hun kind diarree heeft.

Wat doet GGD Rotterdam-Rijnmond?

De GGD kan bij een uitbraak van diarree en braken worden ingeschakeld om onderzoek te doen naar de mogelijke oorzaak. Daarnaast kan de GGD advies geven over passende hygiënemaatregelen om te voorkomen dat meer mensen ziek worden.

Norovirus, je ziet het niet maar het is er wel; een korte film over norovirus

In deze film, gemaakt voor verpleegkundigen en verzorgenden in verpleeghuizen of woonzorgcentra, ziet u hoe het besmettelijke norovirus zich verspreidt. Ook ziet u hoe gemakkelijk de virussen in de lucht terecht kunnen komen en hoe verraderlijk die snoeppot is.
De film laat verder zien welke maatregelen zorginstellingen kunnen nemen om het personeel, cliënten en bezoekers te beschermen. Met deze maatregelen voorkomen zorginstellingen dat er meer cliënten ziek worden, maar vooral dat medewerkers besmet raken en het virus mee naar huis nemen.

Bekijk de film 'Norovirus: Je ziet het niet maar het is er wel'.