Spring naar het artikel

Gezonde, energiezuinige en betaalbare schoolgebouwen

Vertalen

Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.

In scholen met een gezond binnenmilieu worden kinderen minder vaak ziek, hebben ze minder allergieën en presteren ze beter. Gemeenten en schoolbesturen zijn zich steeds vaker bewust van het belang van gezonde, maar ook duurzame en energiezuinige schoolgebouwen.

Wat is een goed binnenmilieu?

Een goed binnenmilieu is een omgeving met onder andere een aangename temperatuur, voldoende luchtverversing, prettige verlichting en een goede akoestiek. Op deze manier wordt gezorgd voor een comfortabele, gezonde en prestatiebevorderende omgeving voor leerlingen en personeel.

Eisen voor een goed binnenmilieu zijn terug te vinden in het Programma van Eisen Frisse Scholen van RVO.nl. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende (kwaliteits)klassen van binnenmilieus.

Wat kunt u doen?

Om ervoor te zorgen dat het binnenklimaat in een bestaande school zo goed mogelijk is, kan het volgende worden gedaan:

  1. Juist gebruik van de aanwezige voorzieningen. Denk aan het openen ramen en gevelroosters, het aanzetten van het ventilatiesysteem, het tijdig laten zakken van de zonwering of het instellen van thermostaatknoppen;
  2. Voldoende technisch en hygiënisch onderhoud van het gebouw en de klimaatinstallaties;
  3. Monitoring van het binnenklimaat;

Bij nieuwbouw of renovatie van een school is daarnaast het volgende van belang:

  1. Eenduidig vastleggen van de gewenste binnenmilieu- en energieprestaties.
  2. Ontwerp van een integraal bouwkundig en installatietechnisch plan. Met oog voor energie- en exploitatiekosten.
  3. Controle van de afgesproken prestaties bij oplevering en de periode daarna.

Verder moet worden voorkomen dat nieuwe scholen op verkeersbelaste locaties worden gebouwd, vanwege de slechte luchtkwaliteit en het geluid ter plekke.

Vanaf 2020 moeten alle nieuwe (school)gebouwen voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Door verhoogde eisen aan o.a. de luchtdichtheid van gebouwen is een gezond binnenmilieu nog meer afhankelijk van de prestaties van het ventilatiesysteem. Het wordt daardoor nog belangrijker om de werking van het ventilatiesysteem te monitoren.

Ontdek welke invloed u als leerkracht of schoolleiding kunt hebben op het binnenmilieu. Ga als leerkracht aan de slag met het lesprogramma E-learning ‘Beter leren? Ventileren!’, of werk samen met leerlingen aan de verschillende modules van het lesprogramma ‘Energieke scholen’.

De digitale toolkit van het vignet Gezonde School, themacertificaat Milieu, biedt u informatie over hoe u uw school gezond kunt krijgen en houden.


Advies GGD
Zorg voor gebruikersinstructies en stimuleer optimaal gebruik van de aanwezige installaties en voorzieningen.


Binnenmilieuscan Basisscholen
De Binnenmilieuscan Basisscholen is een instrument dat voor gebruikers van schoolgebouwen is ontwikkeld door GGD GHOR NL, een aantal GGD’en en marktpartijen. Het instrument is beschikbaar sinds 2017. Het dient als hulpmiddel om zelf de binnenmilieukwaliteit op een eenvoudige manier te monitoren, en om te signaleren of het nodig is om maatregelen ter verbetering te nemen. Met als belangrijkste doel optimaal gebruik en conditie van de aanwezige installaties en voorzieningen.


 

Bij het vastleggen van afspraken over onderhoud en beheer van installaties kan er gekozen worden voor een prestatiecontract of een inspanningscontract. Een prestatiecontract is een contract waarin afspraken gemaakt worden over een resultaat. De leverancier bepaalt hoe dit resultaat bereikt wordt. Als er geen afspraken gemaakt worden over een resultaat spreken we van een inspanningscontract. Veel schoolbesturen kiezen voor een inspanningscontract. Dit leidt er vaak toe dat de resultaten niet optimaal zijn. Het gevolg hiervan is dat er problemen met het binnenmilieu zijn na de installatie.

Advies GGD
Focus op de gewenste eindkwaliteit die geleverd moet worden tijdens de gebruikersfase, en maak afspraken over
prestaties.


De GGD Rotterdam-Rijnmond moedigt de toepassing van prestatiecontracten aan voor een beter binnenmilieu en doet mee aan het landelijk GGD GHOR Nederland project ‘Prestatiecontract voor een beter binnenmilieu en energie’. In dit project ondersteunt een specialistisch adviesbureau de scholen bij het opstellen van een prestatiecontract met afspraken over onderhoud, binnenmilieu en energieverbruik.

Bij veel scholen ontbreekt inzicht in het huidige energieverbruik en de binnenmilieukwaliteit. Inzicht in het eigen energieverbruik is een voorwaarde om energie te besparen. Net zoals inzicht in de prestaties van de aanwezige klimaatinstallaties een voorwaarde is voor het realiseren en behouden van een gezond en comfortabel binnenmilieu.

Advies GGD
Laat bij oplevering van een nieuw schoolgebouw door een onafhankelijke partij controleren of aan de belangrijkste prestaties ten aanzien van het binnenklimaat wordt voldaan.

Ga aan de slag met binnenmilieu- en energiemonitoring. Automatische monitoringsapparatuur is relatief voordelig. Dit levert continu inzicht en er zijn meer gegevens beschikbaar om de oorzaak van afwijkingen te achterhalen.

Een gezond en comfortabel binnenklimaat is niet vanzelfsprekend. Wettelijk zijn alleen minimumeisen vastgelegd en ontbreken bijvoorbeeld eisen ten aanzien van de temperatuur of kwaliteit van de toegevoerde lucht.

Advies GGD
Leg voorafgaand aan het ontwerp- en bouwproces controleerbare prestatie-eisen eenduidig vast. Alleen dan is voor iedereen duidelijk wat het doel is en is er voldoende basis voor controle van de prestaties bij oplevering. Het PvE Frisse Scholen van RVO is hiervoor een goede basis. De gemeente Rotterdam heeft een ambitieprofiel bij het PvE Frisse Scholen vastgelegd.

Gaat u aan de slag met de bouw van een nieuwe school of renovatie van een bestaande school? Stuur dan aan op een integrale aanpak, waarbij u een optimale combinatie van verbetermaatregelen (binnenmilieu, energie en duurzaamheid) neemt.

Doe dit exploitatieneutraal: de hogere gebruikskosten voor de klimaatinstallaties (denk aan energiegebruik en onderhoud van het ventilatiesysteem) worden gecompenseerd door energiebesparende maatregelen. Op deze manier is de kans groter dat ventilatiesystemen juist worden gebruikt en onderhouden.

Uit onderzoek is gebleken dat veel nieuwe ventilatiesystemen in scholen matig tot slecht functioneren. Er wordt bijvoorbeeld voor Frisse Scholen Klasse B betaald, maar men krijgt klasse C of D. De GGD heeft goede ervaringen met de inzet van de ‘Frisse Scholen Toets’  om dit te voorkomen.


Advies GGD
Stel vooraf een duidelijk en toetsbaar Programma van Eisen op voor binnenmilieuaspecten. Hiervoor kunt u gebruikmaken van het Programma van Eisen Frisse Scholen van RVO.nl. Hanteer als uitgangspunten:

  1. Kies bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties in beginsel op alle aspecten (lucht, temperatuur, licht en geluid) voor een klasse B-kwaliteit (goed).

  2. Kies bij het aspect ‘Kwaliteit van de toevoerlucht’ voor een klasse A-kwaliteit. Met een beperkte extra inspanning t.o.v. de gangbare praktijk levert dit veel op. Een veel voorkomende, voor de gezondheid belangrijke, klacht is de droge lucht in nieuwe gebouwen. Deze klacht en de daarmee gepaard gaande geïrriteerde slijmvliezen en luchtwegen zijn op dit aspect terug te voeren.

  3. Kies alleen voor klasse A (uitmuntend) op één of meerdere aspecten wanneer daar extra kwaliteit gewenst is. Bijvoorbeeld omdat de doelgroep hier specifiek om vraagt. Denk aan extra ventilatie in scholen voor langdurig zieke kinderen.

Richt tijdens de ontwerpfase op risicofactoren voor het behalen van de prestaties op het gebied van binnenmilieu en energie en het wegnemen van knelpunten voor onderhoud. Toets ook op het moment van oplevering, en na ingebruikname (één jaar na oplevering), of de gestelde prestatie-eisen voor energiezuinigheid, comfort en binnenmilieu daadwerkelijk worden behaald.

  1. Op de website van het programma Green Deal Scholen treft u informatie aan die is ontwikkeld om scholen en gemeenten te ondersteunen bij de realisatie van gezonde, energiezuinige en betaalbare schoolgebouwen.
     
  2. Leidraad verduurzamen van schoolgebouwen voor basisonderwijs’  (mei 2015) van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Deze leidraad is een handreiking voor gemeenten en schoolbesturen, die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van scholen in het primair onderwijs (PO), om te komen tot een duurzaam huisvestingsplan (IHP)en/of duurzaam meerjarenonderhoudsplan (MOP)
     
  3. Document ‘Van normen naar waarden, kernwaarden voor een gezonde leefomgeving’ van de Vakgroep Milieu en Gezondheid van GGD GHOR Nederland, in samenwerking met het RIVM en vele GGD-collega’s.Het doel van het document is dat de kernwaarden bijdragen aan het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving. Het biedt handvatten aan een ieder die betrokken is en betrokken raakt bij de inrichting van de leefomgeving, en die een warm hart heeft voor gezondheid en veiligheid. Het document richt zich op (ruimtelijke) keuzes waarmee de volksgezondheid het meest effectief kan worden beschermd (gezond binnenmilieu, school en druk verkeer zijn gescheiden, rookvrije omgeving, overlastgevende bedrijven staan op afstand) en kan worden bevorderd (gezond gewicht, functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, actief vervoer zoals lopen en fietsen is de standaard). Hierbij gaat het over keuzes in de woonomgeving, bij mobiliteit en op gebouwniveau.